Ga naar inhoud
Maarten Vergucht

et Absolute (niet-relatieve) Universum is 'ongedefinieerd' in ruimte en tijd tot het wordt waargenomen

Aanbevolen berichten

Ik denk dat ik de BB-theorie met een simpele, maar solide logische redenering kan weerleggen en een andere theorie in de plaats bieden, die zeer simpel te begrijpen is:

Wanneer we echt onze snelheid willen weten, in absolute termen, in dit universum, dienen we ook een absolute standaard nemen om ons er mee te vergelijken.
Deze absolute standaard is: Electromagnetische straling. Dit massaloze object heeft altijd eenzelfde snelheid in vacuum ten opzichte van alles en iedereen.


Wanneer we dus onze absolute snelheid willen weten in dit universum en daarvoor een absolute standaard nemen en geen relatieve (een of ander object met een relatieve snelheid) dan dienen wij onze snelheid te vergelijken met een object met een absolute snelheid in dit universum.

 

 

 

Wanneer we een absoluut object verkiezen om er absolute waarden mee te bekomen, (een absoluut object zoals electromagnetische straling (licht)) dan komen we tot een waarde van ons universum van: 0/0 = ongedefinieerd.

 

Sommigen zouden zeggen: neen, dus toch maar niet afmeten aan een absoluut object als Licht. Het levert vreemde waarden op.
Ik zou zeggen: laten we dat mathematisch antwoord van 'ongedefinieerdheid' in ruimte en tijd zeer ernstig nemen.


Het Absolute Universum is in een ongedefinieerde staat of in een 'superpositie-staat'. Dat is wat de relativiteittheorie ons zegt.
Merk op dat dat exact is wat de quantummechanica ons vertelt: materie is in superpositie voordat het wordt gemeten.
De positie in tijd en ruimte is onbepaald voor een waarnemer (wij of onze betere zintuigen: instrumenten) het object waarnemen.
'De golffunctie collapsed' = door de act van het waarnemen, door het introduceren van een referenctieframe: materie krijgt een positie in ruimte en tijd.

Het Absolute Universum is echter een platonisch object: het is zeer werkelijk, mee werkelijk dan onze waarneembare wereld, en bevindt zich in een staat van 'alle mogelijke tijden en alle mogelijke posities'.
 

Een absoluut object, zoals electro-magnetische straling leert ons dat de absolute waarden van het absolute universum an sich, waarnemersonafhankelijk of referentieframe-onafhankelijk, een waarde heeft van 'ongedefinieerdheid' in ruimte en tijd.
De superpositiestaat van het universum is even absoluut als de absolute waarden van licht en is volgens mij even absoluut dan 'de waarnemer'.
De waarnemer zelf is een nulpunt in onze wiskunde, in meetbare termen, maar is een meetinstrument of wijzelf dat deze wereld waarneemt.

Bijgevolg kunnen wij stellen:
De combinatie:
ondetecteerbare waarnemer - absoluut object licht - ongedefinieerd universum=
object met relatieve waarden in tijd en ruimte.


Ik acht mijn theorie logisch bewezen= RT en QM verenigt met het postulaat van een Ongedefinieerd Absoluut (=geen relatieve waarden) Universum.

Het universum an sich, het Absolute Universum (met niet-relatieve waarden) is een staat van 'alle mogelijke tijden en alle mogelijke plaatsen.' Een platonisch object, maar meer werkelijk dan het observeerbare universum.

Maarten Vergucht

filosoof

  • Leuk 1

Deel dit bericht


Link naar bericht
Delen op andere sites

Ja, bedankt. Het lijkt me logisch coherent, niet?

De observeerbare wereld is relatief, terwijl het absolute universum, onobserveerbare waarnemers en electro-magnetische straling' absolute constanten zijn.

Al het meetbare dat door de combinatie van deze triade ontstaat is relatief.

 

.Misschien is er hoop dat het 'onmeetbare' waarde heeft (ik heb het dan meer specifiek over wat wij bewustzijn noemen). Wie weet. 

Dit idee suggereert dat. 

 

Maar daarover weten we niks natuurlijk. Het enige zinvolle dat we kunnen zeggen is: 

 

Wanneer we puur de wiskunde volgen en een absoluut object (electromagnetische straling) als referentie nemen als maat om absolute waarden uit af leiden,

vertelt de wiskunde ons dat elke object hier en het universum an sich, waarnemersonafhankelijk, een waarde heeft van 0/0 m/s of 'onbepaald'.

 

We kennen de resultaten van de wiskunde uit de quantummechanica: het object is in superpositie totdat het wordt gemeten.

 

We kunnen  dus zeggen dat een werkelijk bestaand instrument of waarnemer (wij en dieren bijvoorbeeld)

de objecten (en dit universum meer algemeen) tijds- en ruimtedimensies geven die relatief zijn.

 

Wijzelf, als waarnemers of 'nulpunten voor referentieframes', electro-magnetische straling en 'het ongedefineerde universum' (een platonisch object) hebben echter absolute waarden an sich..

 

Het komt me dus voor dat het onmeetbare meer absoluut in deze wereld is dan het meetbare. Er is dus hoop.

Maar daarover kunnen we natuurlijk niks weten

Deel dit bericht


Link naar bericht
Delen op andere sites

Je zegt zelf dat elektromagnetische straling altijd eenzelfde snelheid heeft ten opzichte van alles en iedereen. Wat voor zin heeft het dan om onze snelheid daarmee te vergelijken? Dat zal altijd de snelheid van het licht zijn. Wat bedoel je overigens met "een waarde van ons universum van: 0/0 "
En wat zijn de "absolute waarden van het absolute universum" en de "absolute waarden het licht"?

Deel dit bericht


Link naar bericht
Delen op andere sites

Quinten, er is inderdaad een kans dat mijn redenering  fout is. 

 

Welke denkfout zie jij?

 

 

Mijn redenering is als volgt:

 

Als electromagnetische straling of licht steeds ten opzichte van ons 99,792,458 m/s gaat,

hoe snel we ook gaan, wat is onze positie dan steeds ten opzichte van licht?

 

De vraag is niet: wat is mijn snelheid ten opzichte van licht, wanneer ik licht als referentieframe neem. Dan zou je inderdaad 99,792,458 m/s optekenen in de omgekeerde richting.

 

Mijn punt is: Telkens als je sneller beweegt, relatief tot de Aarde bijvoorbeeld, en je meet de snelheid van een photon: licht blijft aan 99,792,458 m/s  ten opzichte van jou bewegen in de bewegingsrichting

 

(licht heef geen relatieve snelheid, maar een absolute snelheid.)

 

Licht of electro-magnetische straling is een merkwaardig object in deze wereld. Licht heeft een absolute snelheid en geen relatieve. Daarmee bedoel ik, wanneer jij de lichtsnelheid zou naderen,

 

gaat licht nog steeds aan 99,792,458 m/s wanneer je de snelheid van dezelfde foton zou meten in je bewegingsrichting.

 

Licht heeft in elk referentieframe dezelfde waarden voor ruimte/tijd. Geen enkel ander object heeft die merkwaardige eigenschap dit in het waarneembare universum.

 

Wanneer een photon sinds de zogeheten bigbang (bigbangmodel) je oog bereikt: de tijd heeft helemaal geen invloed gehad op dit object. De foton is geen moment verouderd.

 

 

Is dat niet merkwaardig?

 

Dit object, dat blijkbaar referentie-frame-onafhankelijk dezelfde waarden vertoont voor ruimte/tijd (snelheid) staat daardoor buiten ruimte en tijd. 

 

Dat is mijn redenering. Wanneer we iets willen weten over de niet-relatieve waarden van het universum an sich en geen relatieve waarden voor tijd en ruimte willen weten, dan moeten

wij zien wat zo'n object met absolute waarden ons zegt over het universum 'an sich'.

 

Dat universum heeft geen ruimtelijke en tijdsdimensies op zichzelf.

Dat betekent niet dat het niet werkelijk is. Het is meer werkelijk dan onze relatieve observaties ervan. Het is een Platonisch object.

 

Wanneer een 'act van waarnemen' wordt gedaan, worden de objecten op een tijdschaal in ruimte gepositioneerd. Dat is mijn idee.

 

Is mijn idee juist? Misschien helemaal niet, maar het lijkt mij logisch. 

Deel dit bericht


Link naar bericht
Delen op andere sites

Ik heb het intussen ook op andere fora nagevraagd, maar daar blijken wetenschappers te stellen dat wat ik zeg niet juist is.

Ik heb echter niet voldoende mathematische en natuurkundige achtergrond om te begrijpen wat er precies fout aan is. Dus ik vertrouw in de mensen

die daar al vrij lang een studie van maken. Dus mijn theorie zal wellicht niet juist zijn. 

Deel dit bericht


Link naar bericht
Delen op andere sites

"Wat is onze positie dan steeds ten opzichte van licht?"

Een foton dat van je weg beweegt in de x richting met 299,792,458 m/s, zal na 1 seconde 299,792,458 m van je verwijderd zijn. Het maakt niet uit of je nu stilstaat of in eender welke richting aan het bewegen bent. Als je deze redenering probeert toe te passen op bijvoorbeeld een auto, dan zal dat niet lukken. Als een auto aan 30m/s in de x-richting van je weg beweegt, en jij gaat in de x-richting de andere kant op met snelheid 1m/s, dan zal de auto na 1 seconde 30+1 m van je verwijderd zijn. 

Nu kan je gemakkelijk de positie van objecten meten aan de hand van de positie van de auto. Zoals ik net gedaan heb. Wanneer je nu een tweede auto neemt, die in een willekeurige richting beweegt, dan kan je net hetzelfde doen. Je kan de je positie bepalen tov. beide auto's tegelijkertijd. Of de positie van de ene auto tov de andere.

Met licht lukt dit niet, want elk foton, zal zicht altijd met dezelfde snelheid c bewegen tov van alles, waardoor je kan stellen dat je altijd stilstaat ten opzichte van elk foton. Wanneer een tweede persoon met een snelheid v beweegt tov. de de eerste persoon in een willekeurige richting en naar dezelfde fotonen kijkt, zal hij ook tot de conclusie komen dat hij stilstaat ten opzichte van die fotonen. Met andere woorden, de twee personen die een snelheid v tov. elkaar hebben, zouden volgens deze redenering beiden moeten stilstaan. En je kan niet tegelijk stilstaan tov iemand, en tegelijk bewegen.

 

"Dat universum heeft geen ruimtelijke en tijdsdimensies op zichzelf."

Dat heeft het wel degelijk. Je kan elk object een positie geven aan de hand van 4 coördinaten: x,y,z,t.

Licht, en alle andere deeltjes die met de lichtsnelheid bewegen, zijn eigenaardig in die zin dat die geen tijdscoördinaat hebben. Dus je zou inderdaad kunnen stellen dat ze "niet verouderen". Misschien zie je ook op deze manier dat een positie van een deeltje met x,y,z,t coördinaten, vergelijken met een deeltje die niet afhangt van t, niet echt nuttig is.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Delen op andere sites

Je zou inderdaad kunnen zeggen dat het niet nuttig is, of je zou kunnen stellen dat het speciaal is. Dat dergelijke deeltjes toch wel zeer speciaal zijn en ons daarom unieke informatie kunnen opleveren over het universum in absolute zin, omdat deze deeltjes zelf absolute standaarden hebben, die waarnemers-onafhankelijk zijn. Ze lijken ze niks aan te trekken van de tijd. Elke waarnemer meet dezelfde waarden voor de snelheid van die deeltjes.

 

 'Nuttig' of 'niet nuttig' zijn waarde-oordelen, maar zeggen daarom niks over de feiten. Informatie is gewoon. Of ze nu nuttig wordt gevonden of niet.     

 

Het feit dat licht (of andere deeltjes) steeds aan de lichtsnelheid gaat, onafhankelijk jouw beweging ten opzichte van dit deeltje, geeft volgens mij aan dat juist absolute (een niet-relatieve) uitspraken kunnen gedaan worden wanneer men de waarden van die deeltjes als maat neemt.  De informatie is volgens mij nuttig om het universum in absolute zin te kennen of  niet in waarnemersafhankelijke (referentieframe afhankelijke) zin.

  • Leuk 1

Deel dit bericht


Link naar bericht
Delen op andere sites

Ik had niet het woord "nuttig" moeten gebruiken. Het punt van een coördinatenstelsel definiëren is dat je dan eenduidig een punt kant vastleggen in de ruimte aan de hand van (in ons geval 4) coördinaten. Het probleem is nu dat je voor een deeltje dat niet aan de lichtsnelheid gaat altijd een inertiaalstelsel kan kiezen (waar het deeltje in stilstaat), maar voor licht gaat dit niet. Licht staat in geen enkel referentiestelsel stil, of beter: er bestaat geen inertiaalstelsel voor een foton. Je kan twee intertiaalstelsels gewoon niet aan elkaar linken door naar een foton te kijken en daar je positie uit te halen. Waarnemer A zou zeggen dat hij snelheid x heeft terwijl waarnemer B zou zeggen dat A een snelheid y heeft. En je kan niet tegelijk snelheid x en y hebben in één bepaald coördinatenstelsel. Dat bedoelde ik dus met "niet nuttig", je kan op deze manier geen coördinatenstelsel definiëren. Dus ik bedoelde niet: "het kan wel, maar het heeft geen nut", maar het kan gewoon niet. Het is een zeer ingewikkeld onderwerp en intuïtief moeilijk te begrijpen, maar er is een reden dat de naam van de theorie na bijna 100 jaar nog niet hernoemd is naar "niet-zo-relatieviteits theorie". Er bestaat gewoonweg geen algemeen referentiestelsel. :)
 

  • Leuk 1

Deel dit bericht


Link naar bericht
Delen op andere sites

Quintin. Ik heb aansluitend nog een andere overtuiging, waarvan ik hoop dat je mij corrigeert, waar precies de denkfout kan zitten:

 

Het gaat er mij om dat in de werkelijke wereld er geen coördinatenstelsels zijn, maar waarnemers. Meetinstrumenten, klokken, telescopen, wij, dieren enzovoort. In de quantumfysica ziet men dat 'waarnemen' of 'niet waarnemen' een verschil maakt. Daarom denk ik dat men hypothetische coördinatenstelsels moet vervangen door werkelijke meetinstrumenten, camera's, telescopen, ons, dieren, atoomklokken enzovoort. Einstein gebrruikte klokken als instrument om de tijd te meten en vergeleek wat deze klokken aangaven om zijn relativiteitstheorie via gedachtenexperimenten aan te tonen.

 

Het meetinstrument maakt een verschil zegt de quantumfysica ons. De meting zelf speelt een rol. Wil men een verenigde theorie van quantummechanica met relativiteitstheorie verkrijgen dient men, volgens mij,  de variabele 'de waarnemer' (algemene term voor instrument) mee in de vergelijkingen te stoppen

 

Mijn meer filosofische vraag is dan: wat is de wereld zonder waarnemers. Wat is de wereld zonder ons. Hoe is de wereld an sich?

 

Wij kunnen onszelf beschouwen als detectoren die constant in de 'aan'-positie staan. Wij nemen de wereld waar.

Maar het waarnemen van de wereld heeft blijkbaar een effect op het gemetene of op het waargenomene. Zowel bij quantumentanglement als bij het double slit experiment blijkt dat de act van het waarnemen een rol speelt.

 

Mijn concepten zijn vervolgens de volgende:

 

De waarnemer of meetinstrument (het coördinatenstelsel) en c van de lichtsnelheid in vacuüm zijn de hoofdconstanten opdat vaste tijds- en ruimtelijke coördinaten kunnen worden gedefinieerd.

Wanneer er geen meting wordt gedaan, is er ook geen definieerbare tijds- of ruimtecoördinaat: de objecten en het universum in het algemeen zijn in superpositie. In een positie van ongedefinieerdheid totdat een meting wordt gedaan.

Zoals de spin van het electron ongedefinieerd is totdat een meting wordt gedaan. Totdat een waarnemer/detector bestaat/aanstaat. 

 

Dus in mijn hypothese of theorie is 'de meting' zelf het 'positioneren van een coördinatenstelsel in de werkelijkheid', wat een tijds-ruimtecoördinaat oplevert voor objecten en het universum in het algemeen. 

 

De vraag is: wat is het universum indien er geen waarnemers zijn. Het universum is dan ongedefinieerd in ruimte of tijd. 

Deel dit bericht


Link naar bericht
Delen op andere sites

Dat is een goede opmerking! Maar het hangt er van af wat je definieert als 'de meting'. De golffunctie zal alleen collapsen wanneer er informatie uit het systeem gehaald wordt, bijvoorbeeld bij het bekende twee spleten experiment. Ookal is er niemand in de kamer is om de resultaten van de proef te bekijken, geldt dit als meting. De resultaten zullen al vastliggen voor iemand ze bekeken heeft.  Het is een zeer bekende vraag onder filosofen en ik heb een site gevonden waar het zeer duidelijk op uitgelegd staat:
http://www.askamathematician.com/2011/06/q-what-is-a-measurement-in-quantum-mechanics/

Deel dit bericht


Link naar bericht
Delen op andere sites

FOTON - GRAVITON CYCLUS

Een waarneming = meting van electromagnetische straling  is een omzetting van energie waarop de entropiewet van toepassing is. De energie wordt voor een deel omgezet in massa  E = mc²  én - door het 'ontstaan' van m - in een nieuw gravitatieveld: het graviton.  De entropie van het graviton is maximaal en heeft dus een zo groot mogelijke  golflengte : de grootte van het universum. De energie van het graviton  kan hieruit berekend worden met de Planck formule : 17.10-32  eVs. Door die extreem kleine energie wordt het verwaarloosd  in kwantum berekeningen, het komt op de voorgrond in de klassieke mechanica als integraal die een massa bepaalt = gravitatie.

De Planckconstante fungeert als een draaipunt voor de impuls van electromagnetische straling, een Mach 1 getal. Een electromagnetisch veld met een frequentie groter dan 1 (golflengte kleiner dan c ) is afstotend (vb. zonnewind); met een frequentie kleiner dan 1 (golflengte groter dan c ) is het aantrekkend (vb. een gravitatieveld, het veld in een M R I scanner ).  Door de impulsdraaiing kan de energie van het graviton kleiner zijn dan die vereist door de Planck-constante voor fotonstraling. De onzekerheidsrelatie van Heisenberg is voor het graviton niet van toepassing, de golflengte is bepaald, op die wijze bepaalt gravitatie de ruimte-tijd.

Hiervan uitgaand kan gesteld worden dat een graviton meer energie bevat in een kleiner universum wat de roodverschuiving van verre (= oude ) melkwegstelsels kan verklaren: het universum was kleiner en de gravitatievelden sterker.

 

 

 

 

 

 

 

 

aangepast door rowi

Deel dit bericht


Link naar bericht
Delen op andere sites

Doe mee aan dit gesprek

Je kunt dit nu plaatsen en later registreren. Indien je reeds een account hebt, log dan nu in om het bericht te plaatsen met je account.

Gast
Reageer op dit topic

×   Geplakt als verrijkte tekst.   Plak in plaats daarvan als platte tekst

  Er zijn maximaal 75 emoji toegestaan.

×   Je link werd automatisch ingevoegd.   Tonen als normale link

×   Je vorige inhoud werd hersteld.   Leeg de tekstverwerker

×   Je kunt afbeeldingen niet direct plakken. Upload of voeg afbeeldingen vanaf een URL in


×
×
  • Nieuwe aanmaken...

Belangrijke informatie

We hebben cookies geplaatst op je toestel om deze website voor jou beter te kunnen maken. Je kunt de cookie instellingen aanpassen, anders gaan we er van uit dat het goed is om verder te gaan. Door het gebruiken van onze site ga je eveneens akkoord met de Gebruiksvoorwaarden en het Privacybeleid.